home extranet
Dopen
‘What’s in a name’, of ‘Goede naam is beter dan goede olie’, zegswijzen die
aangeven dat een naam kan zorgen voor faam van een product. In de bollenwereld
is dat niet anders.
Voordat de ‘ceremonie protocollaire’ werkelijk plaats kan vinden dient er nogal
wat te gebeuren.
Allereerst moet de naam bij de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor
Bloembollencultuur worden gereserveerd. De Commissie voor Nomenclatuur en de
Bloembollenkeuringen wegen de aanvraag voor de naam zorgvuldig en meestal geven
zij een positief advies. Bij de naam dient vervolgens een tulp, lelie of ander
gewas te worden gezocht. Zodra aan die voorwaarden is voldaan reserveert de KAVB
de naam voor de periode van een jaar.
Daarna wordt een bedrijf benaderd met een verzoek tot doop. Bij de beslissing of zij een tulp of ander gewas ten doop willen houden, speelt de vraag of de naam enigszins goed in het gehoor ligt en de persoon in kwestie moet enige bekendheid genieten. Ook zijn het meestal bedrijven die relatief grote hoeveelheden van de betreffende nieuwigheid beschikbaar hebben, en dat voor meer jaren.
Op een eventueel ‘doopcertificaat’ moet de stand van zaken staan. Die moet
objectief worden weergegeven.
Het laten dopen van een tulp is een prima zaak. Een methode waarmee het product
extra in het zonnetje gezet kan worden. De doop wordt gezien als reclame voor
het vak, mits het met zorg gebeurt, dus met een certificaat, een goede aanvraag
en met inschrijving. Als dat niet meer gebeurt dan gaat het officiële karakter
verloren en is de waarde weg.
De veelbelovende bloem of bol krijgt water of champagne of ander vocht over zich
uitgestort en gaat als het goed is een lang leven tegemoet.
Een paar voorbeelden van prominente ‘dopen’:
Barbara Bush, Hilary Clinton,Ronald McDonald House, Laura Bush
Prins Willem-Alexander (zie afbeelding), Pink Ribbon, Rini Wagtmans en
Ayaan Hirshi Ali